home » dichter

Gepubliceerd:

De weg die zichzelf loopt.

isbn 90-77339-55-8  2005 

De  kunst van zijn.

isbn 90-8570-038-8 2006

Dit en over de liefde.

isbn 978-94-6328-368-7 2020 

 

 

Voorbij woorden is een kleine  bundel met een beschouwing uit één dag van Dick Schreinders. Deze is verkrijgbaar voor 5 euro. Bestellen via contactformulier.

 

                       voorbij woorden

 

Het blijven woorden,

verwijzend naar het woordloze.

 

Omdat,

 

er niets te leren, te verbeteren, te bereiken of te verliezen valt,

er geen onderscheid tussen het één of ander is,

dit perspectief zichzelf beschrijft,

 

een louter neerdalen van woorden die door toevallige omstandigheden in bescheiden vorm zijn gedrukt,

 

er niemand is die dit leest,

laat staan begrijpt,

tenzij iemand gegrepen door het onbegrijpelijke en in 'dit' verdwenen is.

 

 

Dit is een staat van gedragen zijn in het allesomvattende.

Er is volte,

zo vol dat het stroomt met woorden,

of klanken,

of verf.

 

In al wat stroomt drukt het zich uit.

In het gelaat van een vrouw, aan de overkant van de straat.

In de kauw, ondeugend op het terras, pikkend van een bord.

Een jongetje, hooguit twee en een half, duwend een karretje, mij aankijkend.

Hij ziet iets, maar nog zonder woorden, verwonderd, oordeelloos.

 

Er is volte en leegte in één.

 

De woorden, klanken en verftoetsen kunnen de volte niet omvatten.

Leegte evenmin.

 

Als ik zeg wat ik zeg, weet dat ik niets zeg.

 

Een woord is een onmiddellijke uiting, dat verschijnt uit niets en verstilt in niets.

 

De merel rond vijf uur in de morgen zingt het lied van alles en niets.

Het vult de zoete voorjaarslucht,

zonder de stilte te breken.

 

Er is een luisteren, zonder iemand die luistert.

 

Het licht breekt vanzelf door.

Tijd hoeft niet gemeten te worden,

er is alleen vanzelf.

 

'Dit' is alles wat er is.

 

Het licht en een dichtslaande deur prikkelt iets in mij, in dit.

 

Er ontstaat een gevoel, er te zijn vanuit niet zijn en toch gezoem,

gezoem van slaap,

droombeelden als flarden film op een doek gezien zonder publiek,

onmiddellijk vergeten bij het openen van de ogen.

 

Gevoel van zijn.

Ik genoemd.

Ik is een naam voor iets.

Geen idee voor wat.

 

 

In het gevoel van zijn is niemand ooit aangetroffen.

 

Ik is een naam, verwijzend naar een iets, genaamd lichaam, naar een gevoel, naar gedachten.

 

Ik is een gedachte

gedachten zijn als pluimpjes rook die oplossen aan de hemel, ze zijn er en zijn er niet.

 

Geen houvast.

 

Er vliegen vogelzwermen over.

De zon verdampt de laatste ochtenddauw.

Ik kijk naar buiten door het venster, ik is een venster.

Het is zowel naar buiten als naar binnen zien.

Buiten sprankelt het vol wonderlijke vormen.

Binnen is er niet iets.

Een niet aan te wijzen helderheid.

Het is geen licht,

toch doet het alles verlichten.

Wat verlicht nu wat?

 

Er is geen binnen of buiten.

Een venster zonder kozijn,

zonder deur.

 

Ruimte.

Er is een gevoel van zijn.

De rest zijn aangeleerde namen.

Aangeleerd om te kunnen wijzen, alsof er een jou en mij is.

Er is niemand hier.

 

Dit hier is geen plaats.

Er is een gevoel van zijn,

dat is alles.

 

Ook gevoel is een naam,

 zonder die naam,

wat zou het nog zijn?

 

Sinds ik ben, ben ik,

of ben ik niet.

 

Water stroomt over het hele lichaam.

Warmte en stoom vullen de badkamer.

Het is een zoemen overal,

met gekletter,

van spatten.

 

Wie ik ben is onkenbaar.

Het is als alles met een naam,

water,

stoom,

gekletter,

tintelingen en plots de gedachte;

genoeg.

 

Veeg met een handdoek,

de druppels weg.

 

 

Wakker en helder,

begint de dag.

 

Niets staat iets in de weg.

 

Tomeloos blaast de wind door de haren,

fietsend over de kasseien naar de plek.

 

De plek van kleur, verf, geur.

Soms raast een auto door de straat,

Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt klinkt door de ruimte.

Cadans is toets, is klank, is kleur.

 

Het schilderij schildert zichzelf.

Ik lijk een getuige.

De maker en het gemaakte zijn één en hetzelfde.

Wat getuigt is een open leeg niets, dat alles is, ruimte, bewustzijn, versmolten met tintelend vlees.

 

Alles één, dit.

 

Na een razen met verf, kwasten en spatels, is alles, dit, moe.

 

Dit, alles, daalt neer in een stoel.

De bloesem geurt en drijft

mee op de wind.

De tuin zindert.

Schoonheid om zichzelf.

 

Er is geen weten,

alleen zijn.

Ook dat weet zich niet.

Voor de mensen op straat ben ik een schilder, dichter en muzikant.

Voor mijzelf ben een open niets vervuld met alles.

Eens was ik ziek.

De overgebleven sporen van die ziekte zijn als drijvende takken en bladeren op het water van de beek.

Het hoopt zich op, tot de druk van het water de opstopping doorbreekt.

 

Het water stroomt, stroomt niet,

dat is de ziekte.

 

Dit doet zich voor aan niemand,

niet aan mij of een ander.

Het is een verhaal dat zich voordoet aan personages; ik, jij, hij.

Het verhaal bestaat alleen in het verhaal.

Daarbuiten is het stil.

 

Voorbij.

Eenmaal het verhaal doorzien, is het voorbij, alsof er niets is gebeurd.

 

Niets gebeurt.

 

De stoel, het gevoel van de billen en de rug, drukkend tegen de zitting en de leuning.

De ongelooflijk indringende zang van vogels,

zoete geuren en gezoem van hommels.

 

Geluk drukt zich uit.

 

Extatisch.

Explosief.

 

Hoe alles in één,

naar binnen als buiten,

geen binnen,

geen buiten.

 

Voorbij de woorden, het denken,

het verhaal.

 

Dronken van zijn.

 

Waarheid is 'dit'.

Niet meer of minder,

geen begin of eind,

geen verhaal,

geen plot en personages.

 

                                Het verhaal komt op en gaat.                                                              Inclusief elk oordeel erover.                                                   

Het verhaal is er één van doen en worden.

Elk personage geeft en krijgt schouderklopjes en kritiek.

 

Wanneer het even verstild borrelt er vanzelf weer wat op.

 

Het verhaal is geloof, fictie.

 

Wat waar is, is dit, zonder naam, zonder kennis.

Ongeweten weten.

 

'Dit' is niet te realiseren,

niet iets dat aanwezig of afwezig is.

Onmogelijk erin of erbuiten te zijn.

Het is allesomvattend en niets.

 

Al wat het omvat, lijkt iets te zijn, maar dat wat het omvat is zowel alles als niets.

Vervuld en leeg.

 

Een mysterie.

 

Dit mysterie beleven, zijn, is er één zonder vragen, behoefte en besef,  er iets van te moeten begrijpen of verklaren.

Het is niet te delen of over te dragen of uit te stralen.

 

Het éne zonder tweede.

Het éne, ook niet één.

Het is.

 

Gemak is eenvoudig om geleefd te worden.

Gemak is wat hier de klok slaat.

Met gemak voltrekt zich het verhaal van de tijd in het tijdloze.

 

Elke moeite vindt met gemak plaats.

Elke inspanning is moeiteloos.

Elke weerstand is weerloos.

 

De deur is open.

De straat is een lopende motor.

Een kinderfiets stuitert over de kasseien.

Het stadje leeft, niets is erin uitgesloten.

 

Een boek in de hand met een verslag van een niet iemand.

Knap verwoord het niet te verwoorden 'dit'.

 

Dit.

 

Ik lees wat ik al weet en het grond me in niet weten.

Dit niet weten is het einde ik.

 

Dit is het!

Het alledaagse lijkt de oppervlakte, maar is de golf van de diepte, de zee.

 

Zeeschappen ontstaan op hout, kleine plankjes, soms scheef of rafelig.

Het atelier is een bergplaats.

Een vanzelf groeiend broedsel, zijnde zonder toegevoegde betekenis.

Het zijn zolang het is.

'Is' is de betekenis.

 

Ik schilder weer klein, contemplatief, naar binnen, waar het stil is.

De verf, toets, de vorm, het landschappelijke staat op zichzelf.

 

Het heeft geen ziener nodig.

Het is al goed.

In het komen, het zijn en het voorbije.

 

Vorm slijt, niet vorm blijft.

 

'Dit', is een verwijzing, maar

naar wat?

 

Geen idee.

Het is.

Meer is er niet over te zeggen.

 

Het is een einde aan de filosofie, wetenschap en spiritualiteit, want het is onbenoembaar, dan alleen via verwijzingen.

 

Elke kwalificatie van 'dit' is vluchtig.

Bij het slijten van het verlangen er iets van te willen begrijpen, opent de ruimte van 'dat wat is' des te meer.

 

Zonder gedachten, stil.

 

Elk geluid, elke ruis, echo's in stilte.

Alles is er uitdrukking van.

Alles vindt er ruimte in.

 

De hand met de kwast, het palletmes,

kan alleen dat uitdrukken.

Verwijzing in kleur, toets en beweging.

Gestolde beweging.

Rust in verflagen.

Traag, zeer traag, onzichtbare beweging, want alles verdwijnt,

lost op en gaat op, in alles.

 

Elke vorm rammelt.

Verf klinkt in, versmelt met elkaar, druipt, droogt, breekt, verpulvert, overwoekert.

 

Zelfs het kijken ernaar is vluchtig.

De rek heb je niet in de hand,

met niets.

 

Het is je gegeven, wat je is gegeven.

 

Dit, is zien, dat groen dit voorjaar intenser, de luchten weerbarstiger

en het weer stormachtig over de vlakte scheert.

 

Waar ik ben is ook altijd het alles.

Het gevoel te zijn,

omringd en vervuld met aarde, lucht, water en vuur.

 

Omdat het alles is, ben ik alles.

Omdat alles vol van leegte is,

is er niemand.

Tot een gedachte verwijst naar zichzelf en er iets openbaart, een zelfbesef.

 

Gedachten vloeien mee,

van verlangen naar verlangen,

van koud naar warm, van licht

naar donker en andersom.

 

Het lijkt de slinger van een klok,

de cadans tussen de polen en

een evenwichtig gaan van de tijd.

 

Alleen zelfbesef brengt tijd mee.

Zo lijkt het.

Zonder zelfbesef heeft de tijd geen wijzers meer.

Zonder zelfbesef,

is dat wat is, zonder iemand.

Dit, is niet te leren en niet te worden.

Zelfs niet te zijn, al voelt het zo.

 

De branding rolt over het zand en trekt zich terug en rolt opnieuw.

De meeuwen drijven tegen de wind en laten zich drijven met de wind.

 

Het is zo logisch,

deze natuurkrachten te zien,

hoe het werkt, op zichzelf als, bewegingen in één beweging.

 

Dat, waarvan we denken dat we zijn, verschilt niets van de branding en de meeuwen.

 

Het eist geen betekenis op, geen voorwaarden, geen beloning.

 

Dat wat is, is zonder oorzaak en gevolg.

 

Er huist geen schuld in,

geen boetedoening.

 

Er is niemand die iets doet,

alleen in het verhaal,

jouw verhaal, hun verhaal.

Wijzend naar gisteren en doelend op morgen.

 

Zij die weten, weten niet.

 

Meer probleem dan dit, is er niet.

Het probleem is geloof, fictie.

Er zijn vele muren gebouwd vanwege dit probleem; weten.

 

Soms stort het weten in.

Een crisis lijkt geboren.

Het verhaal kreukelt als papier

dat vlam vat.

 

Het vuur brandt alles weg.

Zomaar.

 

Het gevoel van onvrijheid verdwijnt,

het idee van vrijheid eveneens.

 

 

In de late lentemiddag verdampen in de felle zon de vette druppels van een bui.

 

Het groen is groener dan ooit.

Het water helderder.

Er is frisheid.

 

Alles intens te zien, te voelen, grenzeloos binnenkomend.

 

Het stroomt, vol van liefde, tranen van geluk.

Zucht vol zuurstof.

Het leven leeft, vol en ledig.

 

Dit is de bron dat zich uitdrukt,

nu, in het schilderen.

Nu, in het spelen op de gitaar.

Nu, in het luieren op de stoel voor het huis.

Nu, in de groet aan de onbekenden op straat.

Nu, met mijn kind tegen me aan.

 

Nu is dit,

moeiteloos.

Er vandaan lijken te zijn is een illusie.

 

Er is niets te doen voor dit.

 

'Dit' is wat doet.

 

Er is een groot gevoel van dankbaarheid.

 

Zodra de ogen zich openen verschijnt er een wereld.

Voor niets, geheel vanzelf en

volledig.

 

Onbegrijpelijk.

 

Alles wat is, is gegeven.

 

Elke gevoel van schaarste verdwijnt plotseling bij dit inzicht.

De wow blaast elke twijfel omver.

 

Elk moment neemt verwondering het over van het weten.

Op het paneel vloeien kleuren in elkaar over.

Het is een natte bende.

Er vormen zich dikke klodders.

Het is reflectie van de leegte,

zo leeg, dat het onbegrensde ruimte biedt voor iedere vorm.

 

Titel: reflectie.

Hoe kan het anders, eenmaal in de lijst.

Mijn verhaal:

 

Is, dat ik van je hou, als van mijzelf en in jou of mij geen verschil zie,

of grens ervaar.

 

Dat ik zie, dat er geen verhaal is, maar het narratief dat zich lijkt te voltrekken in de hersenen zich ook in jouw hersenen afspeelt.

Dit is niet erg.

Niets hoeft anders of weg.

Er is niets te vermijden.

 

Dat ik zie wat niet echt is, en dat wat niet echt is ook van een wonderlijke schoonheid kan zijn.

 

Elk conflict is geloof in het onechte.

Het zien dat het onecht is, ontwapent elk conflict.

 

Er is één enkele richting,

naar binnen, naar dit, hier.

Dichterbij kan het niet zijn.

 

De enige richting uit het conflict,

is dit, dichterbij, dan waar jij denkt te zijn.

 

Daar is niemand aanwezig.

 

Als de leegte de volte herneemt,

is de volte met gemak te dragen.

 

De schouders van niemand zijn onmetelijk breed.

Mijn verhaal is er één van beschikbaarheid.

 

Aan jou,

muziek,

schilderijen,

poëzie.

 

Beschikbaarheid aan alles wat verschijnt, zodra de ogen zich openen.

Beschikbaarheid aan iedere droom in de slaap.

Onvoorwaardelijke en tijdloze beschikbaarheid.

 

Het verhaal biedt pleisters op de wonden, maar 'dit', de leegte,

de beschikbaarheid voor alles,

doet elke wond verdwijnen.

 

'dit', een verwijzing naar het onbenoembare,

voorbij de namen, de woorden.

 

Als de wond zijn naam verliest, wat is het nog?

Dit is heling in essentie.

 

Terwijl de dag voortschrijdt,

de zon kleiner en hoger,

af en toe schuil gaat achter de wolken.

 

Is 'dit' geschreven.

 

Dick Schreinders, 2021,

Heusden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fragment uit het boek dit, en over de liefde  Isbn 978 -94-6328-368-7. Uitgegeven in 2020.

 

niets

 

niets is de enige overdracht

er is niets te krijgen

niets te worden

niets te zeggen

 

het is niets dat standhoudt

niets houdt stand

niets is rechtvaardig

het is niets dat rechtvaardig is

 

niets is de dood

de dood is niets

zoals het leven niets is

en niets het leven

 

niets houdt nooit op niets te zijn

niets is altijd bereid iets te zijn

niets is als alles en alles is als niets

in niets kan alles zijn en alles kan in niets zijn

 

het allergrootste is niets

het allerkleinste is niets



niets is het leven en alles leeft om niets

niets is waar en wat waar is is niets

niets wordt bemind en wat bemind wordt is niets

niets wordt nagestreefd en wat nagestreefd wordt is niets



niets is de dageraad en niets is de nacht

niets is het licht en niets is de duisternis

niets is het wonder en het wonder is om niets

daarom deze woorden om niets en niet meer dan niets

 

vele ietsen willen nietsen worden

vele nietsen willen ietsen worden

ietsen zijn nietsen

nietsen blijven nietsen

 

niets in de praktijk

 

veel denken leidt tot niets

niet denken leidt tot niets

veel doen leidt tot niets

niets doen leidt tot niets

veel bidden leidt tot niets

niet bidden leidt tot niets

veel zingen leidt tot niets

niet zingen leidt tot niets

veel sparen leidt tot niets

alles uitgeven leidt tot niets

veel vrijen leidt tot niets

het celibaat leidt tot niets

je adem beheersen leidt tot niets

vrijuit ademen leidt tot niets

zich tot alcohol wenden leidt tot niets

geheelonthouding leidt tot niets

kortom alles leidt tot niets

 

om tot niets te komen kun je alles doen en zijn

met iets te doen of te laten bereik je niets

aan niets valt niet te ontkomen omdat alles niets is leidt alles tot niets

de grootste nietsen ter aarde waren onbeduidend wie beduidend waren bleken nietsen ter aarde

daarom is alles goed

hoe kan het anders zijn

 

zien

 

zien op zichzelf is de grootste uitdrukking van niets

het zien kan zichzelf niet zien en ziet alles wat het ziet in zichzelf als zijnde niet iets

zonder zien is er niets te zien

wie het zien ziet ziet niets

 

de mystiek van niets

 

de mystiek van niets betekent het einde van mystiek in niets geen mystiek

alles wat te zeggen valt over niets is niets en dus is er niets te zeggen

alles wat te leren valt over niets is niets en dus valt er niets te leren

niets is geen leer en elke leer is niets

niets is geen geloof en elk geloof is niets

niets is geen filosofie en elke filosofie is niets

niets is niet aanwijsbaar en wat aanwijsbaar is is niets

niets is niet te verwoorden en wat verwoord is is niets

zo kan niets een leer zijn of een geloof

niets is overdrachtelijk en wat overdrachtelijk is is niets

dat besef is het het besef van niets

niets is het besef en het besef is niets

zo begint alles in niets en eindigt alles in niets

zo is niets begonnen en niets geëindigd

niets is droevig en wat droevig is is niets

niets is voor niets en wat voor niets blijkt te zijn is niets

 

zo is alles niets en niets alles

alles en niets zijn onafscheidelijk

beiden leeg en vol

beiden vreugde en verdriet

daarom is alles goed

hoe kan het anders zijn

 

alles is niets niets is alles

daarom is het geen nihilisme

niets is iets anders dan nihil

nihil is altijd nog iets

en iets kan onmogelijk alles zijn

of niets

verder

een godsbeeld is niet meer nodig

liefde is een woord voor iets dat alles mag zijn en niets hoeft te zijn

niets en alles

daarom eindigt de mantra – alles is niets – in onbewogen stil oordeelloos zijn leeg van alles en vol van niets

goed en kwaad zijn woorden van de mensen niet van planten of dieren niet van de zee en de sterren niet van de klei en de stenen wanneer de mensen er niet meer zijn is alles nog steeds alles en niets

voor niemand